Dag Pleegzorger,

Ik zeg niet pleegouder, want ouder van mijn kind ben je niet. Ik ben de ouder, niemand anders. Maar ik vind wel dat je voor mijn kind zorgt, en daarom noem ik je “pleegzorger”. Ik had natuurlijk graag zelf voor mijn kind gezorgd, maar mijn opvoedingsautootje is gaan sputteren. De ene keer viel het gewoon stil omdat het defect was, de andere keer had ik geen geld voor benzine. En soms was ik zo’n stuntelende chauffeur dat ze me van de weg moesten halen. Ik vind dat je moet weten dat het ooit anders was. Mijn autootje was niet perfect, maar voor ons was het goed genoeg.

Wellicht heb ik niet tijdig een onderhoudsbeurt laten uitvoeren en nadien bleken de herstellingskosten hoog op te lopen en de reparatie veel tijd te nemen. Toch heb ik mijn best gedaan om mijn autootje terug in orde te maken. Met vallen en opstaan. Veel hulp heb ik daarbij niet gekregen. De mecanicien en zijn grote baas de garagist hadden hun oordeel al klaar. “Gereed voor de sloop”, zeiden ze. Men had helemaal geen zin om met kleine ingrepen en veel geduld mijn autootje terug in orde te brengen. Hoe langer hoe minder wilden zij nog aan mijn autootje sleutelen. Te veel moeite, verloren tijd…… Ik vond dat niet prettig, voelde mij uitgesloten, zelfs bestolen.

ik Koppig, weerbarstig en onwillig?

Zij vonden mij koppig, weerbarstig, onwillig, onbetrouwbaar, enz….. De mecanicien zei botweg dat wij een andere auto nodig hadden en zijn baas vond dat er een andere chauffeur moest gezocht worden. Ze hebben jou gevonden en ik, ik kon niet meer met mijn kind rondrijden. Dat deed pijn, weet je, veel pijn! De garagist en de mecanicien wil ik niet meer zien en omgekeerd zijn zij ook niet meer geïnteresseerd in mijn kostbaarste kleinood, mijn opvoedingsautootje. Het staat nu op stal, nutteloos. Diep in mijn binnenste ben ik blij dat mijn kind mag meerijden in jouw opvoedingsauto. Hij heeft geen defecten, valt niet zonder benzine en jij bent blijkbaar een betere chauffeur. In mijn fantasie zie ik jullie rondrijden over mooie lanen. Af en toe langs een speeltuin of pretpark. Ik zie mijn kind dan vrolijk zingend en lachend op de achterbank zitten, terwijl jij het al spelend de verkeersregels aanleert.

Die gedachte doet mij deugd. Maar ik ben ook bang. Ik ben bang dat mijn kind het in jouw auto zo aangenaam zal vinden, dat het nooit meer met mijn autootje zal willen meerijden. Bang dat mijn kind mij niet meer zal willen zien, zich van mij afkeert. Bang dat mijn kind een vreemde wordt. Ik wil dat mijn kind weet dat jij er voor zorgt, maar dat ik zijn ouder ben en dat altijd zal blijven. Ik ben bang dat je langs verre wegen zal rijden, waar ik mijn kind niet meer kan horen of zien. Ver voorbij mijn horizon waardoor ik alle verbondenheid met mijn kind verlies. Daarom smeek ik jou, blijf hier in de streek wonen en, als je wil, rij af en toe eens langs ons huis. Het liefst zou ik mijn autootje aan jouw auto vasthaken en mij overal op sleeptouw laten nemen, zodat ik altijd dicht bij mijn kind ben. Dat is voor jouw auto een zware last, dat besef ik wel. Maar is er dan geen andere oplossing? Wie weet bestaat er ergens een hersteller die mijn autootje wel aan de beterhand krijgt? Zo’n hersteller, die met veel geduld regelmatig aan mijn autootje komt sleutelen. Niet alles ineens, maar met kleine beetjes. Die mij leert hoe ik zelf kleine herstellingen kan uitvoeren en die mij ook wil leren hoe ik een betere chauffeur kan worden. Zo’n hersteller, die altijd voor me klaar staat als ik hem nodig heb, zou die bestaan? Zo iemand heb ik nodig. Hij of zij die aanklampt, mij niet loslaat, ook niet bij tegenslag. Iemand die blijft repareren tot mijn autootje terug rijklaar is.

Met zo iemand zou ik dan graag afspraken maken. Wat is er precies allemaal nodig opdat mijn autootje terug de weg op mag? Ik begrijp dat ik niet stuurloos en zonder remmen zal mogen rijden, maar een super perfecte auto moet het ook niet worden. Als chauffeur zal ik ook niet kunnen garanderen dat ik geen overtreding zal maken of een ongevalletje kan veroorzaken, maar wie kan dat wel? Ondertussen wil ik ook met jou goede afspraken maken. Over wat ik vind dat goed is voor mijn kind. Ook over de belangrijke momenten in het leven van mijn kind en onze familie. En vooral over hoe wij vanaf nu elkaar op de hoogte zullen houden.

Als mijn autootje uiteindelijk genoeg rijklaar bevonden is, mag ik dan af en toe en als het past, ook eens met mijn kind rondrijden? Dan mag jij ons volgen, dat geeft me veel meer geruststelling. Ik denk zelfs dat het beter is dat jij ons eerst nog een hele tijd volgt alvorens mijn kind definitief terug in mijn opvoedingsautootje zal meerijden. Ook de hersteller moet wat mij betreft nog een hele tijd ter beschikking blijven. Want je weet nooit dat mijn autootje het onverwacht terug begeeft. Op zo’n moment zal ik blij zijn dat jij nog altijd voor mijn kind zal willen zorgen. Nu besef ik dat ik je nog niet bedankt heb voor al de goede zorgen die mijn kind van jou krijgt. Dat had ik al veel eerder moeten doen, maar de gelegenheid lag niet voor het grijpen. Dus met deze, beste pleegzorger, van harte dank en geef jouw pleegkind een dikke knuffel.